Roland DJ-1000 DJ Equipment User Manual


 
9
Benamingen/Waarvoor dient wat /Voor-en achterpaneel
Achterpaneel
1.
Stroomschakelaar
Vooraleer de stroom aan of uit te zetten, moet u de schuiven/volume van het toestel, van het
aangesloten versterkingssysteem, enz., naar beneden zetten.
2.
AC-Ingang
Sluit hier de meegeleverde stroomkabel aan. Prik de kabel stevig in, zodat hij niet per
ongeluk kan loskomen.
3.
Output-jacks
- MASTER (L/R)
Dit zijn uitgangsjacks. Het volume wordt geregeld met de MASTER-knop.
- BOOTH (L/R)
Dit zijn uitgangsjacks. Het volume wordt geregeld met de BOOTH-knop.
Aangezien beide systemen gelijktijdig kunnen worden aangesloten, kan u de MASTER-
jacks gebruiken als een uitgang naar het hoofd PA-systeem, en de BOOTH-jacks als een
uitgang naar het monitorsysteem.
Zie ÒVoorbeelden van het DJ-Systeem Ó (pg. 10).
4.
Input-jacks
- Kanaal 1: PHONO 1/LINE 1/LINE 2
- Kanaal 2: PHONO 2/LINE 3/LINE 4
5.
Mic Ingangsjack
Hierop kan een microfoon worden aangesloten.
*Dit kanaal is uitsluitend geschikt voor gebruik met een microfoon. Er mag alleen een microfoon
en geen ander toestel op aangesloten worden.
6.
MIDI OUT-connector
Dit is een uitgangsconnector voor MIDI-gegevens. Verbind deze aan de MIDI IN-
connector van een extern MIDI-toestel (ritmetoestel of sequencer).
Zie ÒVoorbeelden van het DJ-Systeem Ó (pg. 10).
7.
GND -terminal
Deze moet u verbinden met de aardingskabel van uw platenspeler.
¥Om slecht functioneren en/of beschadiging van de luidsprekers of andere toestellen te voorkomen, moet men vooraleer
men aansluitingen maakt steeds het volume omlaag draaien en de stroom van alle apparaten uitzetten.
¥Eens dat de aansluitingen gemaakt zijn, moet men de stroom van de verschillende toestellen in de aangegeven volgorde
aanzetten. Wanneer men de toestellen in de verkeerde volgorde aanzet, is het mogelijk dat de luidsprekers en andere
toestellen slecht functioneren en/of beschadigd worden.
Aangesloten toestellen DJ-1000 stroomversterker enz..
(Bij het uitzetten van de stroom, de omgekeerde volgorde volgen)
¥Dit toestel is uitgerust met een beveiligingscircuit. Er verloopt een korte tijdspanne (enkele seconden) tussen het
aanzetten van het toestel en het normaal functioneren van het toestel.
¥Al naargelang de plaatsing van de microfoons ten opzichte van de luidsprekers, is het mogelijk dat men een fluittoon
hoort. Dit kan verholpen worden door:
- De richting van de microfoon te veranderen.
- De microfoon op een grotere afstand van de luidsprekers te plaatsen.
- De volumeniveaus te verlagen.
1
2
3 45
6
7
NOTE
OPMERKING
MEMO